Voorbereiding op de tocht

Bereid u goed voor, voordat u aan een toertocht op natuurijs begint!
Werk aan uw conditie Draag goed passende schaatsen Slijp de schaatsijzers scherp Neem tijd voor de warming-up Eet en drink voldoende Let op de kwaliteit van het ijs Bescherm u goed tegen de kou Neem altijd het volgende mee Meld waar u gaat schaatsen

Werk aan uw conditie!

Begin tijdig! Werk aan een goede algemene conditie en een goede schaatsconditie door training en voorbereiding op een kunstijsbaan. Doe dit vanaf het begin van het seizoen. Neem voldoende rust, zowel kort voor de schaatstocht als daarna, zodat het lichaam weer kan herstellen. Besteed in de training aandacht aan de schaatstechniek. Denk aan de schaatszit/houding, de afzet, het glijden (balans en recht op de schaats staan) en de armtechniek. Het is verstandig om onder leiding van een deskundige trainer op de kunstijsbaan aan de techniek te werken voordat u een tocht gaat maken.

Draag goed passende schaatsen!

Een toertocht rijdt u het best op lage noren. Lage noren zijn zeer geschikt voor het rijden van lange afstanden. Belangrijk is dat de schoenen goed passen: de schoen moet de voet omsluiten. Ruimte in de schoen leidt namelijk tot blaarvorming en/of koude voeten. Veters rijgen doet u zo: van onderaf kruislings insteken. Breng voordat u gaat schaatsen een stukje sporttape aan op plaatsen waar de schoen de huid irriteert. Dit voorkomt in veel gevallen blaren. Krijgt u toch een blaar? Breng dan tijdig een tweede huidpleister aan en plak er een stuk sporttape overheen.

Slijp de schaatsijzers scherp!

Laat de ijzers goed scherp slijpen. De ijzers moeten scherp genoeg zijn, de ronding op de juiste plaats zitten (een derde van achteren) en de achter- en voorkant van het ijzer rond geslepen zijn.Laat de ronding minstens eens per schaatsseizoen controleren!

Neem tijd voor de warming-up!

Met een warming-up warmt u uw spieren op, waardoor u gemakkelijker kunt schaatsen. Een warming-up bestaat uit 3 delen: dribbelen, specifieke schaatsrekoefeningen en rekoefeningen voor blessurepreventie. De totale warming-up duurt zo’n 10-15 minuten.

Eet en drink voldoende!

Een schaatser heeft veel energie nodig. Energie zit in koolhydraten. Koolhydraten zitten onder andere in brood, aardappelen, peulvruchten, pasta, rijst, groente en fruit. Eet twee dagen van te voren een koolhydratenrijk menu. Neem voor een tocht langer dan 2 uur tevens voldoende eten en drinken mee. Kies voor energierepen en energiedranken, water, thee, verdund vruchtensap en bouillon.

Let op de kwaliteit van het ijs!

Schaats alleen goedgekeurde KNSB/ANWB-toertochten. Kijk op NOS Teletekst pagina’s 816 en 817 of bel de ANWB-Wintersportlijn (0900-9623) voor informatie over toertochten op veilig natuurijs.

Bescherm u goed tegen de kou!

Trek vochtregulerende kleding aan, dan wordt het zweet afgevoerd voordat het het lichaam afkoelt. Kleding moet goed zitten: dus niet knellen, maar ook niet flapperen tijdens het schaatsen. U kunt beter een extra kledingstuk aantrekken tijdens het schaatsen, dan een kledingstuk uittrekken. Wanneer een kledingstuk wordt uitgetrokken, is het tot dan toe te warm geweest. Daardoor zweet u veel en dit zweet koelt af na het uittrekken van het kledingstuk. Denk voor bescherming tegen extra kou aan: winddichte onderkleding, (bivak)muts, dubbele handschoenen, eventueel goede sneeuw / skibril en smeer het gezicht in met watervrije vaseline. Houdt rekening met de Windchill-factor. Dit is het verschijnsel dat het kouder lijkt dan het in werkelijkheid is. De gevoelstemperatuur is dus anders dan de gemeten temperatuur. De temperatuur voelt altijd lager bij (harde) wind en tijdens het schaatsen, vanwege tegenwind door de eigen snelheid.

Neem altijd het volgende mee!

Zorg ervoor dat u de volgende artikelen altijd bij u heeft als u een toertocht op natuurijs gaat maken:
  • Rug- of heuptasje voor pleisters, stempelkaart, routebeschrijving, telefoon en geld
  • Voldoende eten en drinken
  • Isolatiedeken
  • Beschermers voor het klunen
  • Braamsteentje
  • Doek om schaatsen mee af te drogen
  • Snijvaste knie- / onderbeenbeschermers en eventueel polsbeschermers*
  • Reddingssetje (touw, ijspriem)**
  • Reservekleding
* Bij een val slaat een schaatser nog wel eens met zijn schaatsen naar achteren. Een achterop rijdende schaatser loopt dan grote kans een vlijmscherp ijzer in onderbeen of knie te krijgen. De uit snijvast materiaal bestaande scheen- en kniebeschermers voorkomen dit. ** De natuurijsveiligheidsset bestaat uit een priem en een stuk touw. Met het touw kunt u een ijsdrenkeling uit het wak trekken. Met de priem kunt u uzelf op het droge trekken.

Meld waar u gaat schaatsen!

Weet waar u gaat schaatsen. Zorg ervoor dat u de omgeving enigszins kent. En meld thuisblijvers altijd waar u gaat schaatsen.